Bed

Iedere avond check ik voor het slapengaan nog even of er geen terrorist, geen socialist, geen Antwerpse burgemeester of geen huisstofmijt onder mijn bed verscholen ligt. Dat schijnen, na een breed gevoerde steekproef op verschillende sociale media, de grootste gevaren van de week te zijn. En dus kniel ik voor het slapengaan en kniel ik bij het ontwaken. Je kunt tenslotte niet zeker genoeg zijn. Dat knielen beschouw ik trouwens als een kleine moeite. Tenslotte was ik tot eind vorig jaar vooral bang voor ebola. Die virologische kloterij zie je dus helemaal niet liggen onder de bedstee, wat het bestrijden der angstgevoelens een stuk ingewikkelder maakt. Bij ebola was zowat iedere toerist een potentieel, perfect gecamoufleerd gevaar. Wat een hoop praktische problemen met zich meebracht. Ten eerste zie je niet altijd aan een toerist of hij een toerist is, tenzij het een groot fototoestel met daaraan een Aziaat bevestigd betreft (maar die kerels link ik dan weer meer aan SARS en vogelgriepvarianten, en dat zijn we gelukkig ondertussen alweer lang vergeten). Tweede probleem is dat je aan een toerist ook niet ziet of hij al dan niet drager is van het ebolavirus. Tenzij hij natuurlijk brakend roept dat hij uit Sierra Leona komt. Maar zelfs in dat geval ben je nog steeds niet 100% zeker van je zaak. Mogelijks heeft hij gewoon zijn broodje gehakt net iets te lang in de Europese zon laten liggen. Derde, en waarschijnlijk het meest essentiële probleem, is dat je moeilijk para’s kan inschakelen bij de bestrijding van ebola op het eigen grondgebied. Het preventief neerschieten van toeristen is immers bij wet verboden en bovendien ligt het risico op het treffen van gezonde toeristen ook net iets te hoog om vlotjes door de publieke opinie verteerd te worden. Reken daarbij dat doodgeschoten ebolapatiënten medisch gesproken nog meer besmettingsgevaar inhouden dan levende patiënten en je begrijp direct de omvang van mijn angst. Best wel blij dus dat zowel Hanne Decoutere als Elke Pattyn bij aanvang van het avondjournaal in alle talen zwijgen over dat sluimerende gevaar uit de buik van Afrika. Stilte is wat angsten het meest effectief bestrijdt.

Maar nu zijn er dus de terroristen, de sossen en de nva’ers die mij het leven zuur maken. Het hangt een beetje af van welke bronnen u het meest frequent raadpleegt. Feit is dat, uit welke hoek het gevaar ook komt, niemand mij écht kan helpen. U moet immers weten dat ik in een dorp woon waar de elite van het Belgisch leger vooralsnog niet wordt ingeschakeld ter bescherming van mijn persoonlijke levenssfeer. Wij moeten het hier doen met een handvol lokale agenten waarvan er minstens twee kampen met overgewicht. Niet dat ik iets heb tegen agenten met overgewicht, versta mij zeker niet verkeerd, maar ik kan mij voorstellen dat bij de in de media gerapporteerde stormloop op kogelwerend ondergoed de maatjes XXL niet altijd even vlot leverbaar zijn. Kevlar groeit, in tegenstelling tot angst, niet op de rug der beleidsmakers. In afwachting van de bouw van een eigen dorpskazerne en de levering van een bed met lage pootjes speur ik, bij het laatste avondlicht, hoopvol de horizon af. Mijn oren gespitst, wachtend op de zware rotoren van de C-130 die zijn laadklep boven mijn tuin opengooit waarna het bataljon ter bestrijding mijner angsten aan veelkleurige parachutes nederdaalt.

bed

Advertenties