Neger

– ‘Mag ik nu nog neger zeggen of is het zwarte?’

De jongen vraagt het aan zijn vriend die op het bankje recht tegenover hem zit. De trein rijdt stapvoets Brussel binnen en kraakt onheilspellend wanneer we een wissel passeren.

– ‘Serieus, is het nu neger of zwarte of Afrikaan, ik weet het echt niet meer.’

De vriend kijkt op van zijn smartphone en probeert er zich vanaf te maken met een grapje.

– ‘Ik zeg altijd pigmentgehandicapte.’

Alex Agnew rijdt even met ons mee. Geen van de twee moet lachen.

– ‘Allemaal goed en wel maar nu weet ik het nog niet, ik wil wel niet racistisch zijn maar dat is niet altijd even gemakkelijk, tegenwoordig zijn ze rap op hun tenen getrapt.’

– ‘Ik heb horen zeggen dat hun tenen nog langer zijn dan hun fluit.’

De les amateuranatomie haalt de jongen niet uit zijn mijmeringen.

– ‘Volgens mij mag je neger zeggen, dat klinkt toch niet racistisch?’

– ‘Ik vind dat ook niet, tenzij je een banaan naar hem gooit terwijl je het zegt, dan wordt het een twijfelgeval.’

Deze keer moeten ze allebei lachen. Ik grinnik. De trein stopt piepend en krakend in Brussel Zuid.

De zwarte man die rug aan rug zat met de jongen die niet racistisch probeerde te zijn, doet zijn jas aan en verlaat het compartiment. Ik hoop schaamtevol dat hij slecht geïntegreerd is en geen Nederlands verstaat.

stok

Zelfvertrouwen

Het menselijk zelfvertrouwen is geen spier. Helaas. Spieren vallen te kweken, je kunt ze laten groeien in zorgvuldig samengestelde potgrond op basis van arbeid en volharding, bemesten met training en doorzettingsvermogen. Zelfvertrouwen echter is als een bord puree in de schoolkantine; wat je krijgt is afhankelijk van een combinatie van factoren. Jouw plaats in de schuifelende rij, het gemoed van degene die de pollepel hanteert, het puppygehalte van je ogen, de kookvastheid van de aardappel. De ene krijgt een grote schep. De andere wordt getrakteerd op het resterende, hard geworden schraapsel, vastgekoekt op de rand van de inoxen kuip die drijft in een bain-marie gevuld met door kalk aangetast water. Zwijg mij van workshops die het zelfvertrouwen moeten opkrikken. Ik heb ze doorlopen; de grensverleggende oefeningen, de rollenspelen, de assertiviteitsbullshit. Nooit iemand beter van geworden. Behalve dan de opportunist die de workshop factureert en de bedrijfsleider die ze nadien op zijn beurt als aftrekpost inbrengt. Verder enkel houterig gehannes en goedkoop gegrinnik wanneer Linda met de brede boezem de ontevreden klant moet spelen en Jos de scheefpoeper gestalte geeft aan de klantvriendelijke medewerker. Linda verliest er waarschijnlijk haar laatste restje reeds gehavend zelfvertrouwen door, Jos was sowieso al ruimer bedeeld dan goed voor hem en haar was. Het is vanuit deze bevindingen dat ik spijt heb dat ik een welbepaald boek heb gelezen. Woesten. Auteur: Kris Van Steenberge. Gewonnen prijzen: Debuutprijs, De Bronzen Uil, Lezersprijs van Het Betere Boek. Daar waar ik literaire prijzen vaak beschouw als waarschuwing om het betreffende werk vooral niet te lezen, liet ik mij deze keer graag overtuigen door een bevriende lees- en schrijfmachine van vlees en bloed. Merci Hilde S. Bladzijde na bladzijde van genoten. Gouden tip. Echt wel. Tenzij je natuurlijk, zoals ik, over een aantal maanden zelf debuteert met je allereerste roman. In dat geval is zelfvertrouwen een schip en Woesten een torpedo.

woesten

Heksenjacht

Aalst. 1989.
Rozemarijnstraatje.
Iedereen in het café schrikt wanneer de deuren open vliegen. Twee flikken gooien alle boekentassen die aan de ingang opgestapeld liggen in de voorgereden combi.
Wie zijn kabas wil hebben, kan er op den bureau achter komen!”
De combi scheurt weg.
In het politiekantoor krijg je je boekentas terug na voorleggen van je paspoort.
Een week later steekt de ‘spijbelbrief ’ thuis in de brievenbus en ligt de lijst met betrokkenen op het bureel van de schooldirecteur.
Resultaat: iedereen één woensdag strafstudie.
De ene kreeg thuis nog een extra vonk tegen zijn oren, de andere zat de daaropvolgende week gewoon terug op café wegens ouders die het weinig kon schelen of omdat hij/zij gewoon goed bestand was tegen vonken.
Tot zover de gezamenlijke anti-spijbelactie van de verenigde scholen in samenwerking met de lange arm der wet van de Ajuinenstad.
Publieke fuzz over privacy of bedenkelijke wettelijkheid van deze actie: nul, niks, de ballen.
Trauma bij de betrokken jeugd: nul, niks, de ballen.
Weinig ouders ‘Politiestaat! Heksenjacht!’ horen schreeuwen.
Integendeel zelfs.
Ikzelf heb er niets aan overgehouden.
De sofa van de psycholoog bleef leeg.
En op excuses van de school wacht ik nog …

aalst