The knights who can no longer say ‘Ni!’

Ik mis de tijd waarin niet alles zo gewichtig was. Mag dat? Mag dat van u? Ik mag als blanke mannelijke middenklasser van een aanzienlijke groep mensen niet mee beslissen wat racisme is, of wat seksisme is. Wat theoretisch gesproken ook een vorm van discriminatie is. Ik word in deze immers gediscrimineerd omdat ik een penis heb. Een blanke penis dan nog wel. Maar weet u: ik begrijp dat, ik mag dat ook eens voelen. Al is het maar een minuscule fractie van wat sommigen dagelijks te verduren krijgen. Een blanke penis is immers meestal maar een klein probleem. Voor de goede orde: in mijn ogen zou die discussie zelfs geen bestaansrecht mogen hebben, zowel racisme als seksisme zijn begrippen die in hun puurste vorm weinig of geen ruimte voor nuance laten.

De vuren laaien hoog op omdat bovenstaande thema’s omvangrijke zweren zijn op de reet van onze democratie. Esthetisch verschrikkelijk en met constant gevaar op een eruptiegolf van pus en etter. De gevoeligheid is dan ook gerechtvaardigd en ik meen te begrijpen waar de oorzaak ligt. Of waar de oorzaken liggen. Want ik blijf geloven dat er weinig problemen bestaan die geen gedeelde verantwoordelijkheden in de wortels dragen. Zo lang we echter als grazende koeien blijven kijken naar zowel pro als contra die dat weigeren te erkennen, die beiden geloven dat zij de pure waarheid in pacht hebben, zijn we overgeleverd aan de stem van de grootste schreeuwer. Gelijk in welk kamp die zich bevindt. Het is watertrappelen met Dyab op de ene oever en Bart op de andere. Uiteindelijk is dat gewoon wachten tot iedereen chloor in zijn ogen heeft. Sorry, maar dan ga ik liever een Orval drinken.

Het feit dat sommigen in het vuur van hun strijd menen dat ik mij, als niet geviseerde doelgroep, niet te moeien heb, vind ik dan ook helemaal niet zo erg. Maar mag ik het alsjeblieft betreuren dat vandaag werkelijk alles zo extreem gevoelig ligt dat humor zonder schaamte quasi onmogelijk wordt. Of moet ik mij dan toch schamen? Voor alles en voor iedereen? Voor iedere idioot die de weg kwijt is? Mag ik het jammer vinden dat Alex Agnew tegenwoordig metaal plooit met zijn stembanden terwijl ik hem liever on stage de vraag hoor stellen of fluiten naar een zwarte vrouw #dailyracism of #wijoverdrijvenniet is? Mag ik nog steeds houden van humor in de absolute wetenschap dat die soms ‘fout’ is? Mag ik blijven geloven dat op tijd en stond lachen, niet in het minst met mezelf, ook therapeutisch werkt? Of nemen we onszelf tegenwoordig allemaal zo serieus dat we op het einde van de rit geen lach meer kunnen produceren. En er al zeker geen meer kunnen verdragen. Laat het mij vooral weten, ik zit in de zwembadbar.

NI

Overdreven

Ik pak het leven graag met humor aan. Ook de zaken die helemaal niet om te lachen zijn. Zeker de zaken die niet om te lachen zijn. Bij de hashtag #wijoverdrijvenniet begaf ik mij op glad ijs. Met vlakke zolen. Ingesmeerd met bruine zeep. Bijna werd ik virtueel onder de voet gelopen door een horde schuimbekkende vrouwen. Overdreven, oordeelde ik al snel, geprikkeld door een miniem aantal macho’s die over net voldoende bloed beschikken om enkel hun penis of hun hersenen voldoende te draineren. Nooit de beide samen. Ik vrees dat die minderheid groter is dan ik durfde vermoeden.

Deze morgen werd ik op Facebook geconfronteerd met een krantenartikel (link hln) waarbij iemand de verkoop van een ‘gluurspiegel’ bij Bart Smit op de korrel nam. Het reclamebord toont een jongetje dat met behulp van een prul onder de rok van een meisje loert. De reacties waren van die aard dat ik mijn boterham spontaan opzij heb gelegd. En ik zweer het u: ik sla zelden een ontbijt over.

Een niet verwaarloosbaar aantal mannen, getuige de reacties, beschouwt kritiek op dit stuk ‘speelgoed’ als puriteins. Lachen, gieren, brullen mocht hun zoon dit doen. Al vraag ik mij wel af hoe ze reageren wanneer hun dochter thuiskomt met de mededeling dat er een of andere lolbroek met een spiegel tussen haar benen zat. Nog altijd lachen? Broederlijke high five met de dader? Of toch de neiging om hem zijn spiegelstokje rectaal terug te bezorgen?

Vervolgens heb je de kerels met het als schunnige nostalgie vermomde argument dat het perfect normaal is dat opgroeiende kinderen benieuwd zijn naar wat er onder de rok en achter de rits verborgen zit. Vroeger werd daar allemaal geen probleem van gemaakt. Klopt, we hebben allemaal doktertje gespeeld. Alleen heeft dat geen bal te maken met deze discussie. Dit is geen spel tussen leeftijdsgenootjes. We spreken hier over een commercieel bedrijf, gerund door een volwassene, die mij een paar euro’s uit mijn zak wil slaan (pun intended) door mij een prul te verkopen waarbij mijn zoon het perfect normaal moet vinden dat hij er onder iemands rok mee gluurt. De dag dat ik die klootzak help rijk te maken staat niet op de Gregoriaanse kalender want dat, bepaalde van mijn mannelijke vrienden, is wat ik noem: a f*cking golddiggin’ pervert. (Pardon my french).

Bepaalde mannen wierpen op dat vrouwen die daar niet mee kunnen lachen, maar beter de rest van hun leven een broek zouden dragen. Twee artikels verder zie je een van die kerels, niet gehinderd door enige hersenactiviteit, van leer trekken tegen hoofddoeken en boerka’s. ‘Achterlijk volk dat vrouwen oplegt wat ze moeten dragen’ en dergelijke. Een gelijkgestemde ziel wierp op om de solidariteitsactie ‘Je suis gleufdier’ op te starten. Ik leef in een tijdperk waarin swaffelen ‘woord van het jaar’ werd. Soms vrees ik dat de wereld zal vergaan nog voor de beschaving goed en wel begonnen is.

Bovenstaande heren wil ik dan ook graag het volgende laten weten: ik heb geen zin om met jullie geassocieerd te worden. Ik heb een bepaald gevoel voor humor waar niet iedereen zich altijd even makkelijk in kan vinden. Soms grof, soms verfijnd. Vaak dansend op de grens tussen die twee. Ik hou van satire, val bijwijlen ten prooi aan cynisme. Ik vind dat een verbale tackle soms met gestrekt been mag zijn. Maar ik heb het niet nodig om een vrouw als een bijkomstig stuk vlees rond de vagina te behandelen om mij meer man te voelen. Het is geen schande om de mensheid af en toe eens te bewijzen dat er aan iedere lul slechts één eikel hoeft te hangen …

gluurspiegel

bibalicious

Het is vandaag struikelen over opiniestukken met de op de helling staande gemeentelijke ‘bibliotheekplicht’ als onderwerp. Vaak omvatten die columns een moreel pleidooi dat de nadruk legt op de bib als gratis kenniscentrum, als pijler van de beschaving, als uitgelezen (pun intended) kans voor hen die niet over de financiële slagkracht beschikken om zich in deze materialistische maatschappij intellectueel te ontplooien. Voorstanders van de afschaffing, die vooral de nadruk leggen op de keuzevrijheid om budgetten flexibeler aan te wenden, zetten deze kritiek vaak weg in het hoekje van de elitaire culturo’s. En zo marcheren we al snel opnieuw op het platgetreden pad van de rechts-links tegenstelling. Een schreeuwerig hol waarin we vandaag zelfs na een dilemma over een boterham met choco of eentje met smeerkaas schijnen te duikelen. Ik laat die ongemeen beschaafde discussie graag over aan de specialisten.

Dat wil niet zeggen dat ik het een goed idee vind. Integendeel. Ik hou van de bibliotheek in al zijn facetten. Altijd al gedaan. Mijn eerste bib was die van Aaigem, hoewel dat eigenlijk meer een boekenkast met grootheidswaanzin was. Toen volgde de overstap naar grote buur Herzele. Lezen was goed voor de lijn want ik moest minstens twintig minuten fietsen om mijn dosis Peter Straub en Tom Sharpe in te slaan. Hilariteit met een opblaaspop en bloederige horror op amper twee planken van elkaar verwijderd, hoe verrijkend is dat? Het is een medisch wonder dat mijn nek, uren gekanteld schuifelend, geen permantente schade heeft overgehouden aan die periode. Ik rookte mijn eerste sigaretten aan de uitgang (altijd een goed excuus, zo’n boekerij). Vandaag is de bib van Lede mijn thuishaven. Goed aanbod, vriendelijke mensen, leuke sfeer. Alleen een beetje heet in de zomer. Niets dat een beetje cultuurminister annex bierambassadeur niet kan oplossen met een frisse pint. Hoe zwaar kan dat wegen op een budget? Maar bon, het punt dat ik wil maken is dat zo’n bib onnoemelijk meer is dan enkel een kenniscentrum voor mensen met minder middelen. Het is een schitterende ontmoetingsplaats, het is gratis Netflix, het is een ontdekkingstocht. Kortom: het is de meest toegankelijke vrijetijdsbesteding en ontspanning die ik mij kan voorstellen en het leidt altijd naar méér. Drempelloos meer. Dat heb ik al ondervonden nu ik mijn eigen geprikkelde zesjarige door de gangen jaag. Natuurlijk kunnen een paar basisfuncties ondertussen opgevangen worden door het internet (hoewel, gratis internettoegang zit ook in Lede in het aanbod). Dat houdt niet in dat de bib plots minder belangrijk wordt. De sociale functie neemt zelfs de overhand. Ik vrees dus echt niet in dat we van vandaag op morgen in een cultureel zwart gat gegooid worden. Ik huiver zelfs een beetje van de mensen die foto’s van boekenverbrandingen posten als soort van visionair toekomstbeeld. Dat gaat echt niet gebeuren. Deze situatie is dan ook veel meer Brave New World dan 1984. We kiezen er met dit besluit niet voor om budgetten flexibeler aan te wenden, integendeel, we nemen bewust het besluit om op de lange termijn niet meer voluit te investeren in zaken die een maatschappij meer maken dan een goed bewaakte asfaltvlakte en we verkopen dat als keuzevrijheid.

Ik verwerp de voorgeschotelde illusie dat ik plots moet kiezen tussen een bibliotheek of een gat in mijn straat of een zwembad voor mijn kind terwijl er op miraculeuze wijze wèl geld genoeg blijkt te zijn om bepaalde vierkante meters in dit land van een duur maar vals gevoel van veiligheid te voorzien. Bovendien is deze zogenaamde keuzevrijheid in handen leggen van een beleid dat onderhevig is aan de om de zes jaar terugkerende grilligheid van lokale politici, niets minder dan de deur op een kier zetten voor een devaluatie van de maatschappij die ik voor ogen heb. Dit besluit lijkt op het eerste zicht inderdaad een beetje op een cadeau. Ik verdom het echter om ‘dank u’ te zeggen. Daarvoor vind ik de geschenkverpakking net iets te doorzichtig.

bib

Over neus en aangezicht

Ik ken de argumenten. Ik heb ze vaak genoeg gelezen. Er bestaan mensen die ‘de vakbonden’ nog zouden ophemelen nadat ze een chemisch wapen tegen ‘het patronaat’ hebben ingezet. De engheid waarmee beide partijen (vakbonden en werkgevers) in het publieke debat worden benaderd doet afbreuk aan de brede sociale welvaart waarvoor ze de facto samen hebben gezorgd. Misschien allebei niet steeds even van harte, maar het is een wetmatigheid waar we moeilijk omheen kunnen. Niet zelden refereert deze groep mensen ook aan de historische omwentelingen die de grondleggers der syndicaten hebben verwezenlijkt. Alleen vergeten ze er vaak bij te vertellen dat de context van die gebeurtenissen niet meer te vergelijken valt met de – toegegeven, niet altijd rooskleurige – perspectieven waarmee we vandaag worden geconfronteerd. En dan zwijg ik nog over de omstandigheden waarin de grondleggers van ons sociaal stelsel hun strijd tot een goed einde brachten. Het is niet langer Charles Woeste vs. Adolf Daens in een regie van Stijn Coninx. Het is verdomd veel ingewikkelder geworden. Vakbondstoppers zijn zelf managers; meer CEO dan militant. Al zullen ze dat natuurlijk niet graag toegeven. Bedrijven zijn vaak internationale mastodonten die lokale vestigingen behandelen als pionnen op een schaakbord; nuttig zolang ze lucratief genoeg zijn, maar niet onmisbaar in the endgame. Een niet verwaarloosbaar aantal mensen wordt ook niet enkel lid van een vakorganisatie omdat ze solidariteit zo verschrikkelijk hoog in het vaandel dragen. We moeten daar niet naïef over doen: velen zijn aangesloten omdat ze bescherming willen wanneer het hèn als individu uitkomt. Zelfs wanneer zij op speelse wijze ‘Polle van het magazijn’ op een palet hebben vastgebonden en de camera hun privacy schond tijdens de uitvoering van hun verkeerd geïnterpreteerde teambuildingsactiviteit.

Langs de andere kant van het spectrum bevinden zich dan weer de door tunnelvisie geplaagde nostalgici die zelfs de kaasproductie tussen hun eigen tenen willen privatiseren. Mensen die elke redelijke sociale eis herleiden tot een financiële verliespost en de open dialoog zonder veel poespas naar de vuilnisbak verwijzen wegens niet passend in dit economisch tijdsgewricht. (In het beste geval) liberale hardliners die elke sociale actie liefst neergeknuppeld zien door een horde in kevlar uitgedoste politieagenten die een brede protect & serve glimlach graag combineren met een gezonde dosis schuim op de lippen. They just love the smell of pepper spray in the morning, don’t they?

De eerste groep heeft mij, bij de minste inhoudelijke kritiek, vaak verweten een verrader te zijn (jazeker, ik ben aangesloten bij een vakbond). De tweede groep was vaak even creatief in zijn vuilbekkerij. De ene beschouwt mij als een linkse smeerlap, de andere als een rechtse smeerlap. Bon, ze zijn het dan toch ten minste over één ding eens. Alleen ben ik het hartsgrondig beu om in één van die kampen te worden weggezet. Die forummentaliteit die met hoogstens enkele clichés alle zin voor nuance verstikt, is al even vermoeiend als contraproductief. Ik onderschrijf de noodzaak van een breed vakbondsfront dat de actuele problemen op een internationale basis aanpakt. Meer dan ooit zelfs. Maar ik ben ook overtuigd van de absolute noodzaak van een zekere economische bloei om de sociale welvaart te behouden. Beide (!) zaken moeten in mijn ogen echter drastisch anders worden aangepakt. Net daarom ben ik alweer zo teleurgesteld in het SACT-ASTB (Het Autonoom Syndicaat van Treinbestuurders) dat naar eigen zeggen opnieuw gedwongen wordt om zeer tegen hun zin het halve land te gijzelen. Deze mensen (grof geschat een dikke 1.000 leden waarvan vermoedelijk niet iedereen achter de aangekondigde acties staat) dragen al jarenlang een loodzware verantwoordelijkheid wat betreft het lamentabele imago van ‘de vakbond’ als broodnodige organisatie. Zin voor moderne communicatie: nul. Respect voor een breed gedragen vakbondsfront bij acties met zware impact op het volledige land: nul. Respect voor de reiziger: diep, diep, diep onder nul.

Als jarenlang en overtuigd treinreiziger heb ik al vaak mijn duit in hun zakje gedaan (neen, ik heb niet zo’n 100% terugbetaald treinabonnement). Over de algemene staking (15 dec 2014), georganiseerd door de drie grote vakbonden en gedragen door duizenden militanten, kan ik enkel zeggen: chapeau, dàt was een signaal! Ik zie alleen niet in hoe het ASTB blijft verantwoorden hoe amper een paar honderd mensen acties over meerdere dagen uitvoeren die, naast een zware economische impact, serieuze logistieke gevolgen veroorzaken voor tienduizenden anderen. En dat enkel om eisen af te dwingen die, in deze sociale en economische tijden, geen syndicale prioriteiten zouden mogen zijn. Ik beweer niet dat hun verzuchtingen niet legitiem zijn, daarvoor zijn hun summiere verklaringen in de pers helaas iets te vaag. Ik verkondig enkel dat het ASTB er opnieuw voor kiest om de kanonnen boven te halen om een mug neer te schieten. Correctie: een mug en en passant enkele duizenden reizigers. Die mondige, lastige klant die maar beter zwijgt of we moeten hem/haar opnieuw wegzetten als ‘onsolidair’. Bovendien, en dat is misschien nog het meest schrijnende aan de hele zaak, zijn deze acties niet weinig verantwoordelijk voor het feit dat veel mensen al het vakbondswerk over dezelfde lasterlijke kam scheren. Wanneer er, misschien wel binnen korte tijd, opnieuw een brede (inter)nationale actie georganiseerd moet worden die het belang dient van mensen die heel wat meer sociale vangnetten dreigen te verliezen dan dit handvol treinbestuurders met hun vage verzuchtingen, zal de publieke opinie die broodnodig is voor dit soort verwezenlijkingen alweer iets meer gekrompen zijn. Het draagvlak voor privatisering en harde maatregelen groeit evenredig mee. Dat hebben de laatste verkiezingen duidelijk bewezen maar schijnt slechts moeilijk door te dringen. Wie verliest er dan eigenlijk het recht om nog van solidariteit te spreken? ASTB is hofleverancier munitie voor iedereen die de historische verwezenlijkingen van de vakbondspioniers aan flarden wil schieten. Met vrienden zoals hen is er amper nog een ‘neoliberale vijand’ nodig …

vakbond