bibalicious

Het is vandaag struikelen over opiniestukken met de op de helling staande gemeentelijke ‘bibliotheekplicht’ als onderwerp. Vaak omvatten die columns een moreel pleidooi dat de nadruk legt op de bib als gratis kenniscentrum, als pijler van de beschaving, als uitgelezen (pun intended) kans voor hen die niet over de financiële slagkracht beschikken om zich in deze materialistische maatschappij intellectueel te ontplooien. Voorstanders van de afschaffing, die vooral de nadruk leggen op de keuzevrijheid om budgetten flexibeler aan te wenden, zetten deze kritiek vaak weg in het hoekje van de elitaire culturo’s. En zo marcheren we al snel opnieuw op het platgetreden pad van de rechts-links tegenstelling. Een schreeuwerig hol waarin we vandaag zelfs na een dilemma over een boterham met choco of eentje met smeerkaas schijnen te duikelen. Ik laat die ongemeen beschaafde discussie graag over aan de specialisten.

Dat wil niet zeggen dat ik het een goed idee vind. Integendeel. Ik hou van de bibliotheek in al zijn facetten. Altijd al gedaan. Mijn eerste bib was die van Aaigem, hoewel dat eigenlijk meer een boekenkast met grootheidswaanzin was. Toen volgde de overstap naar grote buur Herzele. Lezen was goed voor de lijn want ik moest minstens twintig minuten fietsen om mijn dosis Peter Straub en Tom Sharpe in te slaan. Hilariteit met een opblaaspop en bloederige horror op amper twee planken van elkaar verwijderd, hoe verrijkend is dat? Het is een medisch wonder dat mijn nek, uren gekanteld schuifelend, geen permantente schade heeft overgehouden aan die periode. Ik rookte mijn eerste sigaretten aan de uitgang (altijd een goed excuus, zo’n boekerij). Vandaag is de bib van Lede mijn thuishaven. Goed aanbod, vriendelijke mensen, leuke sfeer. Alleen een beetje heet in de zomer. Niets dat een beetje cultuurminister annex bierambassadeur niet kan oplossen met een frisse pint. Hoe zwaar kan dat wegen op een budget? Maar bon, het punt dat ik wil maken is dat zo’n bib onnoemelijk meer is dan enkel een kenniscentrum voor mensen met minder middelen. Het is een schitterende ontmoetingsplaats, het is gratis Netflix, het is een ontdekkingstocht. Kortom: het is de meest toegankelijke vrijetijdsbesteding en ontspanning die ik mij kan voorstellen en het leidt altijd naar méér. Drempelloos meer. Dat heb ik al ondervonden nu ik mijn eigen geprikkelde zesjarige door de gangen jaag. Natuurlijk kunnen een paar basisfuncties ondertussen opgevangen worden door het internet (hoewel, gratis internettoegang zit ook in Lede in het aanbod). Dat houdt niet in dat de bib plots minder belangrijk wordt. De sociale functie neemt zelfs de overhand. Ik vrees dus echt niet in dat we van vandaag op morgen in een cultureel zwart gat gegooid worden. Ik huiver zelfs een beetje van de mensen die foto’s van boekenverbrandingen posten als soort van visionair toekomstbeeld. Dat gaat echt niet gebeuren. Deze situatie is dan ook veel meer Brave New World dan 1984. We kiezen er met dit besluit niet voor om budgetten flexibeler aan te wenden, integendeel, we nemen bewust het besluit om op de lange termijn niet meer voluit te investeren in zaken die een maatschappij meer maken dan een goed bewaakte asfaltvlakte en we verkopen dat als keuzevrijheid.

Ik verwerp de voorgeschotelde illusie dat ik plots moet kiezen tussen een bibliotheek of een gat in mijn straat of een zwembad voor mijn kind terwijl er op miraculeuze wijze wèl geld genoeg blijkt te zijn om bepaalde vierkante meters in dit land van een duur maar vals gevoel van veiligheid te voorzien. Bovendien is deze zogenaamde keuzevrijheid in handen leggen van een beleid dat onderhevig is aan de om de zes jaar terugkerende grilligheid van lokale politici, niets minder dan de deur op een kier zetten voor een devaluatie van de maatschappij die ik voor ogen heb. Dit besluit lijkt op het eerste zicht inderdaad een beetje op een cadeau. Ik verdom het echter om ‘dank u’ te zeggen. Daarvoor vind ik de geschenkverpakking net iets te doorzichtig.

bib

Advertisements