Knal!

Heeft iemand ooit al eens uitgerekend hoeveel tijd (en dus geld) het aan de gemeenschap kost om een scheet te laten? Neen? Het zal zo ongeveer het laatste item zijn waarvan we de economische impact op ons leven nog niet kennen. Toch lijkt het een gemiste kans om te achterhalen hoe we de peristaltische activiteit van de werknemer naar beneden kunnen krijgen om zodoende zijn economische performantie te optimaliseren.

Een gemiddeld mens produceert immers 0,5 tot 1,5 liter darmgas per dag en al dat fraais wordt omgezet in 12 tot 25 winden. Verdeel dat over 11 miljoen Belgen en je begrijpt dat flatulentie wel degelijk een reële invloed heeft op onze economie. De concentratie en tijd die we spenderen tijdens het gecontroleerd lossen van deze gassen wordt immers niet besteed aan het heilige productieproces. Hoe verwaarloosbaar die fracties van seconden op het eerste zicht ook lijken, projecteer ze op een werkende wereldbevolking en je zal beseffen dat het in werkuren gegoten resultaat een stinkende wind doorheen Wall Street jaagt. Ik verzeker u: de aandelen zakken samen met het niveau van dit betoog.

Mij zou het alvast niet verbazen dat de losbandige fermentatie van voedsel in de darmen van brouwersgasten mede aan de basis ligt van de nieuwe prijsverhoging van de AB InBev producten; brouwsels die bij verhoogde consumptie sowieso al een serieuze zwier aan deze vicieuze cirkel geven. (Al moet ik toegeven dat dit slechts een hypothese is, a brainfart als het ware). Met dit alles in het achterhoofd moet ik tot de conclusie komen dat ikzelf, als visionair hoofd van een multinational, snel op zoek zou gaan naar een haven waar de lokale bevolking zijn anus beter onder controle heeft dan in dit lamlendige Westen het geval is … of dan toch op zijn minst naar een plaats waar ‘de achterdeur van de werkmensch’ niet van een beschermd statuut geniet.

Langs de andere kant onderstreep ik graag de noodzaak om als werkzoekende eens wat innovatiever voor de dag te komen. Het wordt meer dan ooit kunst om uit een ogenschijnlijke handicap een economische opportuniteit te puren. In dat opzicht denk ik vooral aan de helaas bijna compleet vergeten Franse kunstenaar Joseph Pujol (artiestennamen: Le Pétomane, The Fartiste). Deze uit Marseille afkomstige jongeman had zijn darmspieren dermate onder controle dat hij in de vroege jaren 1890 dè rijzende ster werd van de wereldvermaarde Moulin Rouge. Niet alleen wist hij op flatulente wijze kaarsen uit te blazen, Pujol perste ook melodieus perfect deuntjes als de Marseillaise en Au clair de la lune van tussen zijn billen.

Maar spitst u nu vooral goed de oren; Joseph werd daar uitzonderlijk goed voor betaald! Het gerucht gaat dat zijn verdiensten op een gegeven moment zelfs hoger lagen dan die van Sarah Bernhardt, een van de allergrootste actrices van haar tijd én gelijktijdig de hemel in geprezen door zowel Oscar Wilde als Mark Twain. Catalogiseert u mijn betoog en Joseph’s talent nog steeds onder de platvloerse noemer? Bedenk dan dat Le Pétomane grootheden als de Belgische koning Leopold II, de Britse kroonprins Edward en Sigmund Freud tot zijn fanclub mocht rekenen. Hem bestempelen als een perverse windbuil is dus wel heel erg kort door de bocht.

Concurrentiekracht en innovatie zijn alles in een moderne, geglobaliseerde wereld waarbij economische rendabiliteit als primaire en vaak zelfs als enige maatstaf wordt gehanteerd. Daarom ook deze raad (Paul D’Hoore-imitatie): ‘tenzij u zich als werknemer in een nichemarkt weet te persen houdt u uw winden maar beter binnen teneinde makkelijker uitgeperst te worden. Wat aanvankelijk als een opgeblazen contradictie overkomt, is dus eigenlijk niets meer dan een noodzakelijke uiting van economische flexibiliteit.’

Laat halfzachte eitjes als Paul Verhaeghe maar eens proberen om daar een speld tussen te krijgen.

Bronnen:

  • Wikipedia & voor de volledige biografie van Joseph Pujol: Le Pétomane du Moulin-Rouge. Mazarine, Paris
  • column eerder verschenen in Dzjoef (Kritisch Gents stadsmagazine)

petomane

Advertisements