Voetbalgebed

Omdat ik er niet meer in geloof. Dat is – denk ik toch – de voornaamste reden waarom voetbal op het hoogste schavot mij het laatste jaar steeds vaker koud laat. Verliezen van geloof wordt, zoals zo vaak, bewerkstelligd door de bittere vaststelling dat belofte en realiteit mijlenver uit elkaar liggen. Camp Nou verschilt daarin wezenlijk niet zo heel erg veel van pakweg het Vaticaan.

Ach ja, er waren foefelende chinezen en Blatters allerhande mee gemoeid, er gingen frauduleuze sponsors en louche zakendeals aan vooraf, aan dat grote verlies van passie. Toch weiger ik te aanvaarden dat mijn opstekend voetbalatheïsme enkel daar aan toe te schrijven is.

De spreekwoordelijke druppel kwam er wat mij betreft toen het fluo schoeisel zijn intrede deed. U moet weten dat ondergetekende nog stamt uit een tijd waarin je de keuze had tussen twee kleuren voetbalschoenen; zwart en donkerzwart. Met wat er nu aan de fluwelen voeten hangt, raakte je in de jaren ’80 niet ongeschonden de kleedkamer uit. Old skool voetbal was een bastion. Het stadion een maatschappelijk verantwoorde ‘mancave’. Voetballers maakten geen reclame voor onderbroeken of tampons. Beschuldigt u mij trouwens alstublieft niet van enig machismo, het zit veel dieper dan dat. Barbarij zit nog steeds in onze genen, in ons bloed, in al die cellen die het onweerlegbare bewijs vormen dat mannen noch het sterkste, noch het slimste geslacht zijn. In wezen schuilt er nog steeds een beetje neanderthaler in ieder van ons. Niet dat ik daar fier op ben, integendeel, maar het is niet anders. Bij voetbal kon die evolutionaire stoom nog enigszins gecontroleerd worden afgevoerd. Let wel, ik was nooit fan van schuivers met het gestrekte been, van homofoob vertier of platvloerse kleurfixatie. Wel van wat men ‘viriel’ voetbal durft te noemen. Voor de spelers: vallen als laatste optie. Als supporter: een schorre keel als ereteken, minstens één pint te veel achteraf.

Als ik lees dat je vandaag bij paars speelt en morgen bij blauw en overmorgen bij rood, dat spelers meer kosten dan het stadion waar ze in spelen, dat rijke rotjochies clubs kopen als ware het playmobildozen, dat kinderen niet eens de tijd krijgen om het spel in de allereerste plaats gewoon leuk te vinden …

… dan verlang ik naar de tijd dat Jan Ceulemans de miljoenen van AC Milan liet schieten om voor eeuwig en drie dagen te kiezen voor het vlakke land, koppig als de Noordzee die breekt aan hoge duinen. Noem het nostalgie. Noem het wat je wilt.

Dat verlangen ontstond trouwens niet zozeer omdat ik niet pragmatisch genoeg ben om te beseffen dat verstreken tijd zuurstof geeft aan romantisering. Dat verlangen ontstond omdat voetbal toen nog net geloofwaardig genoeg was om er in te kunnen geloven. Meer dan enkel brood, meer dan enkel spelen.

Ik begrijp dat het moderne voetbal meer is dan enkel sport.

Ik begrijp het allemaal maar al te goed.

Maar ik weiger om het nog langer te geloven.

against

Advertisements