Kermis

Er waren afgelopen zondag ongetwijfeld betere zaken te doen op het kerkhof dan op de Boekenbeurs. Geef toe: twee potten chrysanten kopen en de derde aan halve prijs, daar kunnen Jommeke en Jani Kazaltzis zelfs samen niet tegen op. Ik merkte het al tijdens de rit naar Antwerp Expo. Amper files. Geen nerveuze claxons. Hoogstens één geïrriteerde middelvinger. Er lag een uitzonderlijk deken van rust over ’t Stad en op de parking was iedereen ongetwijfeld druk in de weer met de jaarlijkse verkiezing van Miss & Mister Grafsteen. Ik parkeerde mijn wagen op amper honderd meter van de hoofdingang. Buiten rook het verschrikkelijk hard naar herfst. De gebruikelijke mix van smog en fijn stof werd voor de gelegenheid verstopt tot na de schoolvakantie.

Eenmaal binnen werd ik tot mijn grote verbazing niet overvallen door de universeel drukkende walm van droge lucht en hotdoggeurtjes waar de verzamelde expohallen van Vlaanderen een patent op lijken te hebben. Mensen schuifelden opvallend sereen van stand naar stand. Dan toch een beetje Allerheiligen?

Op dagen als deze voel ik mij meer lezer dan schrijver. Misschien is iedere schrijver dat diep vanbinnen wel een heel klein beetje, gewoon: een lezer die hoopt dat hij of zij het beter kan. Ik wandel verder. Even kokketeren met Marnix Peeters en Saskia De Coster. Een triple-selfie met licht trillende hand. Een passend Instagramfilter erover. The beauty & the beast en rechts Saskia. Hop, virtueel gedeeld en tegelijk toch maar even mooi het eigen ego strelen in de schaduw van het hun van harte gegunde succes. Verderop zie ik Benjamin Feys een boek signeren waar hij zelf geen half hoofdstuk aan schreef. Sjoemelsoftware in de letteren. Ik maak mij uit de voeten voor Luk Alloo opduikt en mij verwijtend vraagt of het falende justitiewezen in Bolivië ook niet een beetje mijn schuld is.

Het is bijna tijd, ik moet zelf signeren en mijn afspraak met de eeuwige roem komt nu snel dichterbij. Een beetje onwennig neem ik plaats op de kruk die voor mij werd gereserveerd. Naast mij zitten twee statige heren die elk één stropdas meer dragen dan ikzelf. Daar zit je dan, in je t-shirt van The Beatles, hopend dat de klimaatverandering de kans op okselvijvers niet al te zeer stimuleert.

Ik schreef een met humor doorspekte roman met als ondertitel ‘Kroniek van een fatale vriendschap’, de twee heren aan mijn rechterzijde schreven repectievelijk een werk over palliatieve zorgen en euthanasie. Ik begrijp de kosmische rechtvaardigheid van ons tijdelijke triumviraat. Een ietwat verlegen vrouw vraagt mij vriendelijk haar boek te signeren. Ik spel haar naam verkeerd. Het is niet altijd kermis op de Boekenbeurs.

D!

Bovenstaand stuk verscheen op 03/11 in dS Avond, de digitale avondeditie van De Standaard.

FullSizeRender

Advertenties