Pistolets

Het wordt steeds moeilijker om mij te ontdoen van het schrikbarende gevoel dat een dorp, een land, en bij uitbreiding de hele wereld op dezelfde manier wordt bestuurd als een voetbalclub uit vierde provinciale B. Terwijl Parijs nog nasmeult worden er door wereldleiders sloganeske conclusies getrokken en beslissingen genomen die de wereld zullen redden. Trainer buiten, spitsje kopen, de supporters zijn content. In dit geval: wat pantservoertuigen de stad binnenrollen, een stad op een paar duizend kilometer van hier bombarderen en de plastic kerstmannen kunnen opnieuw met een gerust hart tegen de gevel.

24 jaar geleden deed het toenmalig Vlaams Blok zijn grote intrede in de Belgische politiek. Zwarte zondag. Racisme werd salonfähig en dat moest gecounterd worden. Terecht. De oplossing op korte termijn: cordon sanitaire; we kieperen het Blok én de punten waar het op teert de vergeetput in zodat het rustig kan gisten en borrelen en groeien. De oplossing op lange termijn: geen. Sorry jongens, in vierde provinciale B probeert men dìt seizoen te overleven, de rest is voor de volgende voorzitter. Als de pistolets voor de match van komende zondag maar dik genoeg belegd zijn.

Veertien dagen terug was er interlandvoetbal op tv. Dat had het hoofdpunt van het nieuws kunnen zijn. Dat had het hoofdpunt van het nieuws moeten zijn. We weten allemaal welke extreem laffe en beestachtige daden er aan de basis lagen van het feit dat haast niemand nog weet wie er scoorde. Pas tijdens die bewuste veertien dagen zijn onze beleidsmakers plotsklaps tot meerdere conclusies gekomen. Er is een samenlevings-, sociaal- én religieus probleem in België en het grootste symbool daarvan is Molenbeek; de open grenzen van Europa zorgen voor een breed speelveld voor iedereen die Europa haat en, last but not least, we bevinden ons in een Jean-Claude-Van-Dammiaanse spreidstand wat betreft onze verhouding met Saoedi-Arabië. Geld of ethiek, altijd al een moeilijke keuze geweest, zowel in het amateurvoetbal als in de politiek. Ach, auto’s rijden niet op ethiek en een mens moet toch een beetje praktisch in het leven staan.

Al die jaren hebben we onze ogen gesloten. We hebben niet naar ‘de man in de straat’ (m/v) geluisterd. Gelijk welke roots, geloof of politieke overtuiging die spreekwoordelijke man ook had. En ook: we hebben al zeker geen minuut naar mekaar geluisterd. We deden hoogstens een beetje alsof. Elkaar gemoedelijk stigmatiseren met de vinger aan de vind-ik-leuk-knop werd een hobby, een ludiek tijdverdrijf.

Begin deze week stond het perron van Brussel-Centraal vol bange blanke mannen. Ik geef toe: ik was een van hen. Schichtig keken we rond of er tussen de fotogenieke para’s plots geen gek met een kalashnikov opdook. Ondertussen moeten mensen met een noord-afrikaans uiterlijk bang zijn om een koffiezet te kopen of we bellen de politie met het vermoeden dat ze een kalkaanslag gaan plegen. Wij zijn bang van hen en zij zijn bang van ons. Tussen die meerderheid van bang groeit opnieuw een nieuwe minderheid van boos. Gefrustreerder en bijgevolg gevaarlijker dan ooit. Gaan we opnieuw 24 jaar doen alsof er niets aan de hand is? Gaan we ook deze keer een cordon sanitaire leggen rond de grootste schreeuwers, gelijk welke politieke strekking of religie ze ook aanhangen? Gaan we de ambassadeurs van de haat doodzwijgen in de hoop dat de problemen waar ze hun discours op cultiveren gewoon verdampen? Of gaan we eens aan tafel zitten met mensen die dat politiek verzuild links-rechts, religieus-niet-religieus gedoe even aan de kant kunnen zetten om taboeloos (!) maar respectvol over bestaande samenlevingsproblemen te praten? Hebben we de hoop om ooit nog naar de nationale divisies te promoveren dan werkelijk collectief opgegeven?

b376432968bd04793d6f4b0940c7b0f0

Advertisements