Geachte heer Cornu, beste Jo,

Met veel aandacht heb ik vernomen dat u, als grote spoorwegbaas, met het idee speelt om treingebruikers meer te laten betalen voor hun abonnement tijdens de spitsuren. Vanuit economisch standpunt lijkt mij dit niet eens onlogisch. Vraag en aanbod en zo. Als pendelaar moet ik maar aanvaarden dat de harde wetten van de economie ook hun impact hebben op dienstverlening door de overheid. Zelfs al betaal ik uit eigen zak reeds een mooi bedrag voor die diensten. Zelfs al gooit mijn werkgever daar een nog mooier bedrag bovenop. Zelfs al is de overheidssteun voor uw bedrijf ook al niet van de minste.

Maar kom, ik wil niet negatief zijn, ik ga even mee in uw logica. Sterker nog: laten we dat geniale plan van u even doortrekken naar private sectoren. Pistolets halen bij de warme bakker op zondagvoormiddag? Mag best 10 cent meer kosten. Een ijsje kopen op een dag waarbij de temperatuur hoger ligt dan 25 graden? Klein extraatje lijkt mij niet oneerlijk. Een roman aanschaffen tijdens de zomervakantie? Eén euro extra lijkt u genoeg?

Of zie ik het verkeerd? Misschien moet ik uw economische logica even omdraaien en ze toepassen vanuit het perspectief van de klant. Tijdens de spits valt het immers het steeds vaker voor (ik ben vast gebruiker van het traject Lede-Brussel) dat onze trein wordt omgeleid via een oud traject, uiteraard met langere reistijden tot gevolg. Maar ook vroeger liepen treinen al vaker vertraging op tijdens de spitsuren. Om maar te zwijgen over het gebrek aan zitplaatsen en heel af en toe zelfs de noodzaak om een trein te laten passeren omdat er al wat ledematen van lotgenoten/reizigers uit deuren en ramen steken bij het binnenrijden van het station. In die optiek zou ik eigenlijk minder moeten betalen tijdens de spits. Mindere dienstverlening mag economisch gezien ook een lagere prijs tot gevolg hebben, toch? Of werkt economie voor u slechts in één richting? Het is maar dat gedeukte pistolets in de bak blijven liggen, gesmolten ijsjes zelden verkocht raken en romans met gedeukte kaft mij meestal met korting worden aangeboden.

Het monopolie dat mij dwingt te ‘kiezen’ tussen de pest of de cholera, zijnde het openbaar vervoer met al zijn gebreken of filerijden met ecologisch catastrofale gevolgen, geeft u natuurlijk de macht om mij dergelijke maatregelen door mijn strot te duwen. Maar geloof mij: het getuigt niet van veel creativiteit.

Ik besef dat de vaak onverzettelijke spoorvakbonden en de logge structuur van het bedrijf geen makkelijke oplossingen toelaten, maar laat dat alstublieft geen excuus zijn om de reeds geplaagde reiziger steeds weer te gebruiken als breekijzer om de inkomsten op te krikken. De meeste van ons hebben echt geen WIFI of hippe stations op ons prioriteitenlijstje staan. Laat staan dat we allemaal zo flexibel kunnen werken dat de spits überhaupt te omzeilen valt. De meerderheid der reizigers wil gewoon op een min of meer comfortabele manier van punt A naar punt B geraken. Volgens mijn bescheiden mening betalen we daar ook al meer dan genoeg voor. Is het dus alstublieft mogelijk uw voorstel te herbekijken? Denk er gerust nog even over na, eventueel onder het genot van een knapperige pistolet of een verfrissend ijsje. De roman lees ik zelf wel, straks, in de trein. Aangezien ik tijdens de spits vertrek, wordt mij waarschijnlijk voldoende tijd voor een extra hoofdstuk gegund.

Vriendelijke groeten,

Dimitri Verbelen

Antoine

Na het eerste radiobericht probeer ik nog te hopen dat de twaalfjarige Antoine dat sprankeltje geluk te beurt mocht vallen dat iedere twaalfjarige verdient. Meeval als geboorterecht, als door kosmisch karma verplichte engel op de schouder van de onoverwinnelijke avonturier die in elk kind schuilt. De cynische nuchterheid die men ook wel eens volwassenheid durft te noemen, klauwt echter dan al aan mijn gedachten. Vandaag komt de bevestiging. Het genadeloze water, vermomd in een meer vergevingsgezinde vorm, geeft zijn prooi terug. De troosteloze koeltorens van Tihange en de grijze Maas als laatste getuigen. Wat ik voel is verbondenheid. Drievoudige verbondenheid. Ik zat zelf in een jeugdbeweging. Als lid en als leider. Antoine wekt mijn herinneringen tot leven. Ik weet niet wat er precies is gebeurd, ik hoef het ook niet te weten. Die wetenschap draait de klok niet terug. Het is op momenten als deze dat echt tot mij doordringt welke verantwoordelijkheden er op onze schouders lagen. Wij hebben het, samen met duizenden anderen, tot een goed einde gebracht. We zijn er rijker uitgekomen. Toegegeven, het geluk was soms aan onze zijde. Ook wij werden ooit geconfronteerd met de kracht van een woeste Franse rivier, met een falende fiets, met een al te enthousiast kampvuur, met een bluts en een buil en heel uitzonderlijk met een gipsverband, achteraf lachend volgekleurd met warmte en vriendschap. Het heeft mij deels gevormd tot wie ik ben.

Mijn dankbaarheid voor de leiders die dat voor ons mogelijk maakten, is grenzeloos. Vandaag dringt pas echt tot mij door dat wat ik toen als strengheid bestempelde, verantwoordelijkheid was. Tegelijkertijd sluipt er twijfel in mijn botten. Het derde luik van mijn verbondenheid is de grote schuldige: ik ben vader. Een zevenjarige Peter Pan slaapt onder mijn dak. Ouderschap is de reden waarom ik, samen met een groot deel van dit land, een verwaarloosbare fractie van de pijn voel die de ouders van Antoine moeten voelen. Een kind is de vleesgeworden achilleshiel van elke ouder. Daarom ook dat de onfortuinlijke dood van een spelend kind er bij mij en een groot deel van het land zo hard inhakt. Het confronteert mij op pijnlijke wijze met de keuzes die ik maak. Het drukt mij met de neus op de grenzen die ik als ouder aan mijn kind opleg. Ik weiger voor de glazen stolp te kiezen. Ik voel angst om de poort al te wijd open te zetten.

Ja, ik twijfel soms aan de jeugdleider, aan de turnjuf, aan de speelpleinmonitor, aan het onderwijssysteem, maar vooral … aan mezelf. Ik besef tegelijkertijd dat al te veel twijfel geen geschenk is voor iemand die opgroeit. En nog veel minder voor iemand die dat proces in goede banen probeert te leiden.

Rust zacht, Antoine.

Ik vind het verschrikkelijk dat ik enkel verbondenheid kan voelen, enkel medeleven kan tonen.

Ik had je zo veel liever geluk geschonken.

D!