Antoine

Na het eerste radiobericht probeer ik nog te hopen dat de twaalfjarige Antoine dat sprankeltje geluk te beurt mocht vallen dat iedere twaalfjarige verdient. Meeval als geboorterecht, als door kosmisch karma verplichte engel op de schouder van de onoverwinnelijke avonturier die in elk kind schuilt. De cynische nuchterheid die men ook wel eens volwassenheid durft te noemen, klauwt echter dan al aan mijn gedachten. Vandaag komt de bevestiging. Het genadeloze water, vermomd in een meer vergevingsgezinde vorm, geeft zijn prooi terug. De troosteloze koeltorens van Tihange en de grijze Maas als laatste getuigen. Wat ik voel is verbondenheid. Drievoudige verbondenheid. Ik zat zelf in een jeugdbeweging. Als lid en als leider. Antoine wekt mijn herinneringen tot leven. Ik weet niet wat er precies is gebeurd, ik hoef het ook niet te weten. Die wetenschap draait de klok niet terug. Het is op momenten als deze dat echt tot mij doordringt welke verantwoordelijkheden er op onze schouders lagen. Wij hebben het, samen met duizenden anderen, tot een goed einde gebracht. We zijn er rijker uitgekomen. Toegegeven, het geluk was soms aan onze zijde. Ook wij werden ooit geconfronteerd met de kracht van een woeste Franse rivier, met een falende fiets, met een al te enthousiast kampvuur, met een bluts en een buil en heel uitzonderlijk met een gipsverband, achteraf lachend volgekleurd met warmte en vriendschap. Het heeft mij deels gevormd tot wie ik ben.

Mijn dankbaarheid voor de leiders die dat voor ons mogelijk maakten, is grenzeloos. Vandaag dringt pas echt tot mij door dat wat ik toen als strengheid bestempelde, verantwoordelijkheid was. Tegelijkertijd sluipt er twijfel in mijn botten. Het derde luik van mijn verbondenheid is de grote schuldige: ik ben vader. Een zevenjarige Peter Pan slaapt onder mijn dak. Ouderschap is de reden waarom ik, samen met een groot deel van dit land, een verwaarloosbare fractie van de pijn voel die de ouders van Antoine moeten voelen. Een kind is de vleesgeworden achilleshiel van elke ouder. Daarom ook dat de onfortuinlijke dood van een spelend kind er bij mij en een groot deel van het land zo hard inhakt. Het confronteert mij op pijnlijke wijze met de keuzes die ik maak. Het drukt mij met de neus op de grenzen die ik als ouder aan mijn kind opleg. Ik weiger voor de glazen stolp te kiezen. Ik voel angst om de poort al te wijd open te zetten.

Ja, ik twijfel soms aan de jeugdleider, aan de turnjuf, aan de speelpleinmonitor, aan het onderwijssysteem, maar vooral … aan mezelf. Ik besef tegelijkertijd dat al te veel twijfel geen geschenk is voor iemand die opgroeit. En nog veel minder voor iemand die dat proces in goede banen probeert te leiden.

Rust zacht, Antoine.

Ik vind het verschrikkelijk dat ik enkel verbondenheid kan voelen, enkel medeleven kan tonen.

Ik had je zo veel liever geluk geschonken.

D!

Advertisements