Een lijf

Een lijf, dat durft al eens tegen te werken. Dat broebelt, dat breekt en dat kraakt, dat kankert alsof het niets is. Door omstandigheden die hier verder weinig ter zake doen, hadden twee zo’n lijven uit mijn wel heel dichte omgeving een buitenproportioneel onderhoud nodig. En dat in dezelfde week natuurlijk, van een beetje praktische planning trekt een lijf zich maar weinig aan.

En zo kwam het dat ondergetekende zijn tijd de afgelopen dagen verdeelde tussen verdieping 5, afdeling heelkunde 2 van het AZ Nikolaas, alwaar mijn echtgenote operatief afscheid nam van haar hernia, en de afdeling intensieve zorgen van het AZ Sint-Elisabeth van Zottegem, waar mijn verwekker na een marathonoperatie bekomt van de verwijdering van een stuk darm met persoonlijkheidsstoornissen.

Tijdens al dat chirurgenwerk wacht een betrokken mens op verlossing, op nieuws en verlichting. Dat een of andere terrorist van kust mijn kloten op ongeveer hetzelfde moment wordt ingerekend is dan de grootste bijzaak ter wereld. Klamme handen en eelt op de billen. Mijn hoofd wordt eigenhandig gevuld met doemscenario’s en banaliteiten. Lezen lukt amper. En dus telt een mens de tijd. Zeventig seconden in een minuut, ge weet hoe dat gaat. Door de gang schuifelen een paar figuranten uit The Walking Dead. Zuchten en tranen uit ondefinieerbare ruimtes vullen de gang. Een baxter op wieltjes sleept een mens bij zijn kabeltjes voort richting rokersruimte. In de verte klinkt een kind wiens lach abrupt wordt afgebroken. De rolstoelen rollen, de hanggordijnen hangen. En hier, net hier, tussen al die pijn en miserie, in deze dorre, met vuilgevlekte linoleum gevloerde wereld werken er verdomd schone mensen.

Zowel in Zottegem als in Sint-Niklaas zijn wij enkel in contact gekomen met buitengewoon vriendelijk verplegend personeel. Dat prikt, dat wrijft, dat laveert tussen bloed en druk, tussen restjes onaangeroerde puree en infuus, dat verwijdert uitwerpselen en ongenoegen alsof het de normaalste zaak ter wereld is. De overtreffende trap van toewijding draagt een wit pak en mottig doch orthopedisch verantwoord schoeisel. En toen ik, na een paar dagen als observator in hun dagelijkse routine, vroeg hoe ze dat blijven volhouden, kreeg ik zowaar het simpelste antwoord ooit; ‘Omdat we het graag doen, meneer.’

D!

schoen

Advertisements