Aan de galg met de columnist

Ik zat niet te wachten op de supportersanalyse van Marc Coenen in De Morgen van 4 juli (lees de opinie hier). Inhoudelijk meen ik te begrijpen dat Marc problemen heeft met de volkswoede na – en ik citeer – ‘de titanenstrijd tussen de Rode Duivels en Wales’. Twee groteske overdrijvingen in één zin, het is niet iedereen gegeven. Volkswoede? Serieus? Die paar achtergelaten Jupiler-vlaggen in een zee van plastic bekertjes? In landen waar voetbal godsdienst is, spreken ze pas van volkswoede als er minstens 50 wagens in de fik gaan. Alles daaronder is rumoer. Wij zijn eerder gespecialiseerd in een welgemeende vloek, gevolgd door een collectief schouderophalen en een troostende tournée generale. Om over die ‘titanenstrijd’ nog maar te zwijgen. Oké, de samengetelde transferwaarde van De Bruyne, Hazard en Bale kan een klein land uit de schulden helpen, maar dat maakt van Wales-België nog geen titanenstrijd. Daarvoor was de mythologie net iets te weinig aanwezig. Over deze match spreekt in 2030 buiten de betrokken landen niemand meer. En dat Jan Mulder zich druk maakt mag ook al geen barometer zijn. Jan Mulder maakt zich al druk wanneer het gras er niet groen genoeg uitziet, dat is zijn functie. Als hij enkel bescheidenheid en rustig geformuleerde meningen wil, nodigt Karl Vannieuwkerke vanaf nu enkel nog Imke Courtois en Franky Van der Elst uit aan zijn analistentafel.

Verder heb ik ook een probleem met de neerbuigende manier waarop de heer Coenen zich uitlaat over ‘voetballiefhebbers die denken dat ze door veel naar matchen te kijken en tegelijk vele pinten te drinken recht van spreken hebben.’ Veel naar matchen kijken is in mijn ogen immers geen slechte basis om er een mening over te hebben. Coenens bewering dat mensen die veel porno kijken ook niets over acteren of vrouwen te vertellen hebben, is dan ook een vergelijking die best wel wat Viagra verdraagt.

Coenen sluit af met een legendarische uitspraak van een al even legendarische trainer; Bill Shankly: ‘Als je geen supporter bent als we verliezen dan moet je ook maar niet supporteren als we winnen.’ Shankly trainde Liverpool van 1959 tot 1974, haast ondenkbaar in het hedendaagse voetbal, en stond net bekend voor het feit dat hij veel tijd en moeite stak in de eenheid van een ploeg. Hij kwam dan ook vaak in aanvaring met spelers die zich boven de ploeg plaatsten. Bovendien was er nog geen sprake van de miljoenenhuurlingen die vandaag op de grasmat staan. Laat de modale supporter dus maar eens foeteren en vloeken op spelers en bondscoach wanneer ze, ondanks hun riante loon, nooit blijk gaven van een échte strijdersmentaliteit die een (voetbal)dwerg als IJsland bijvoorbeeld wel etaleerde. Het is ons verdomde recht om van ons te laten horen wanneer de resultaten ver onder de verwachtingen blijven. Om dat te staven sluit ik trouwens graag af met een andere onsterfelijke quote van diezelfde Bill Shankly: ‘Sommige mensen vinden voetbal een zaak van leven en dood. Ik kan u verzekeren dat het veel belangrijker is.’ Toegegeven, een overdrijving, maar wel eentje die het belang van voetbal voor bepaalde mensen weergeeft en wat mij betreft staaft dat een bondscoach en een nationale ploeg na dergelijk falen niet minder – beschaafde! – kritiek verdienen dan pakweg … een columnist.

D!

billshankley

 

Advertisements