Woord

Het allereerste woord was ‘ik’.

Niet ‘jij’, niet ‘wij’, maar een allesbehalve narcistisch ‘ik’.

De boekentas kon niet snel genoeg worden opengemaakt.

Met gepaste trots werd het woordkaartje uit het knalgele letterdoosje gehaald.

– ‘Vake, ik kan lezen!’

Enigszins plagerig hield ik de krant omhoog.

– ‘Ok, lees ons dan maar eens een stukje voor.’

Fenne’s zelfverzekerdheid won het al snel van zijn aanvankelijke vertwijfeling.

– ‘maar neen, ik kan ik lezen, ik kan het echt, luister maar!’

Ik’ werd vervolgens een paar keer luidop gedeclameerd.

Geschreven woord was klank geworden.

Zo maar, van de ene dag op de andere, alsof het niets was.

Zijn ogen glommen van trots.

De volgende dagen zouden ook ‘maan’ en ‘roos’ hun weg naar het letterdoosje vinden.

Verse woorden in een pril vocabulaire. Aandoenlijk en vertederend.

Binnen afzienbare tijd zullen de eerste boekjes volgen.

In gedachten wensen zijn moeke en ik hem de allermooiste verhalen toe.

En wij zullen altijd onthouden dat het met ‘ik’ begon.

ik

Advertisements