Pleidooi voor een ongezonder leven

De gebreken. Ik begin graag bij de gebreken. Dan hebben we dat alvast gehad. Roken, drinken, beetje angststoornis, een milde vorm van smetvrees, een halve kilo burn-out of bore-out of hoe het ook mag heten. Ik heb het allemaal achter de rug. De meeste van mijn demonen zijn getemd. Of op zijn minst aan een winterslaap bezig. Dood verklaar ik ze nooit, dat durf ik niet. Alleen dat drinken probeer ik nog te beperken. Daar was ik al mee bezig voor het als nieuwste doemscenario werd opgevoerd. Ik vond altijd dat mijn alcoholconsumptie wel meeviel. In het licht van de laatste nieuwe bevindingen mag ik ook die illusie horizontaal klasseren. Het is ook helemaal niet mijn bedoeling om dat allemaal te bagatelliseren. Geloof mij vrij. Maar het helpt verdomme ook niet om zowat alles wat een mens eventjes uit de sleur van het dagelijks leven laat breken, terug in zijn gezicht te duwen met de vermelding dat hij zijn leven op het spel zet. Van leven ga je dood, dat klopt. Alcohol en roken zijn slecht, dat weet iedere kleuter tegenwoordig al nog voor hij helemaal zindelijk is. Ik beperk mijn vleesconsumptie, maar kan het niet laten om mijn tanden af en toe nog eens in een sappige steak te zetten. Mag dat? Mag ik alstublieft ook nog eens gewoon genieten? Bewust of onbewust zondigen en daar oprecht een goed gevoel aan overhouden? Het lijkt wel alsof er bij alles wat ik tegenwoordig doe iemand met een spiegel van achter een hoek springt om die mij, waarschijnlijk met de beste bedoelingen, belerend voor te houden. Geloof je mij als ik zeg dat dat ook allemaal niet goed is voor mijn mentale gezondheid?

mirror

Advertisements