Wasdraad

De wasdraad van mijn grootmoeder hing eerder slap tussen twee betonnen palen. Op mooie dagen hingen er kleurrijke kleedjes aan te drogen. Bloemenmotieven op een vormloze lap katoen tot onder de knie. Op hun plaats gehouden door houten wasspelden die ook als knutselmateriaal moesten dienen om een servettenhouder of een kruisbeeld mee te maken. ‘s Zondags hing er niets aan de groene draad. Op zondag moesten de duiven van grootvader vallen. Tenminste, als de begeleiders uit Quiévrain ons niet lieten wachten. Er werd niet gevoetbald in de tuin wanneer er ‘komkomkom’ uit de dakkapel weerklonk. Een beetje kind uit de jaren tachtig wist dat. Wij supporterden hevig voor de duiven. Hoe sneller ze vlogen, hoe sneller wij terug konden voetballen. De wasdraad werd toen deklat. Wat best een dankbare taak was in vergelijking met wat de draad rond mijn achtste te verduren kreeg.  Toen hing er plots een konijn aan de groene draad. Zonder jas en zonder hoofd. Gewoon, te hangen. In zijnen bloten. Voor dat konijn supporterden wij al veel minder.

serviet

Advertisements