Werk van barmhartigheid

Ik ben het soort mens dat naar een hamburgerkraam stapt, naar de op een aan de randen zwartgeblakerde, scheef getrokken bakplaat vol worsten en hamburgers kijkt en zich afvraagt hoe lang dat spul al ligt te sputteren. Ik observeer de in bloemetjesschort gehesen vrouw aan het hoofd van deze mobiele keuken. Er is veel vrouw en veel te weinig bloemetjesschort om alles smakelijk te verhullen. Zweetpareltjes en donkere snorharen. Een gat waar ooit een tand zat. Hoeveel kermissen, hoeveel koersen, hoeveel carnavals? Hoeveel zatte en nuchtere hongerigen werden al door deze met net iets te lange nagelranden uitgeruste handen gespijsd? Barmhartiger wordt een werk zelden. De ajuin is een vormloze, kronkelende massa geworden, een orgie van bolgewas met een overdaad aan boter als glijmiddel. Er wordt bier in blik verkocht. En bier in blik. En bier in blik. De dorstigen laven. Al het tweede werk van barmhartigheid. Aflaat verdiend. De trekhaak aan en rijd haar los de eeuwige kermis die de hemel ongetwijfeld is naar binnen.

Met geoefende hand opent zij een pistolet en mikt er een hopelijk niet uit Braziliaans vlees samengestelde worst en een kwak ajuin tussen.

“Curryketchup of tomaat?”, zegt zij tegen niemand in het bijzonder.

Drie afgemeten rukken aan de hendel kleuren de ingewanden van het broodje rood.

“Drie euro asteblieft.”

En nu maar hopen dat er straks geen zieken te verzorgen zijn.

Of doden te begraven.

burger

Advertenties