Taboe en de olifant in de kamer

Ik heb lang getwijfeld of ik dit stuk wel zou schrijven. Om meerdere redenen. Ten eerste: ik beschouw Taboe als een baanbrekend programma dat humor op lichtvoetige wijze koppelt aan fragiele, soms hartverscheurende thema’s. De vanzelfsprekendheid die het uitstraalt staat in schril contrast met de evenwichtsoefeningen die het gekost moet hebben om het te maken. Een muggenziftende columnist is dus niet iets wat de makers verdienen. Ten tweede: ik zet hiermee de deur wagenwijd open voor niet ter zake doende, kwetsende commentaar. Iedere haakse menig die het thema religie (in dit specifieke geval de islam) aansnijdt, veroorzaakt immers steeds de obligate stroom aan reacties van zowel racistische als naïef vergoelijkende aard. Wat jammer is, want ik keek tijdens de uitzending écht wel in een relevante spiegel. De vaststelling dat zowel de arbeidsmarkt als de uitgaansbuurten door een misselijkmakende, gekleurde bril kijken, werd mij meer dan pijnlijk duidelijk. De twijfel of dit stukje briljante televisie dus een polemiek verdient, verlamde mijn schrijven.

En toch, na een nachtje slapen, kan ik niet anders dan vaststellen dat we met zijn allen heel erg ons best gedaan hebben om rond de olifant in de kamer heen te fietsen. De afwezigheid van vrouwen, waar die in de twee vorige afleveringen perfect in balans was, was al een vaag teken aan de wand. De voelbare spanning aan tafel, waar werd beweerd dat vrouwen die geen hoofddoek dragen eigenlijk geen vrouwen zijn, maar nog meisjes, was moeilijk weg te monteren. Ik werd geraakt door de dualiteit van de persoon die dit beweerde. Enerzijds kon ik zo’n mening moeilijk verzoenen met de gevoeligheid van iemand die zichzelf bewust pijnigt door aan de overkant van de straat te gaan lopen omdat hij instinctief aanvoelt dat de dame die hij moet kruisen bang van hem is. Anderzijds beangstigt het mij dat diezelfde persoon werkzaam is in het onderwijs en hij zijn religieuze overtuiging, die voor hem boven alles staat, bewust of onbewust altijd zal meegeven aan jonge geesten. Zijn eis dat met zijn godsdienst niet kan of mag gelachen worden, werd door Philippe Geubels ten volle gerespecteerd. Of ondergaan, het is maar hoe je het bekijkt.

Feit is dat we in een tijd leven waarin een van mijn all-time favoriete films – Monty Python’s magistrale Life of Brian – nooit in een islam-gerelateerde context gemaakt kan worden zonder dat daar wereldwijd rellen uit voortvloeien. Geef mij dan maar deelnemer Fatih, eveneens een overtuigde moslim, die van mening is dat iedereen vooral voor zichzelf moet uitmaken waar hij of zij mee lacht. Voor hem is het allerbelangrijkste in zijn geloofsbeleving de rechtstreekse band die hij met zijn god onderhoudt. Wat een ander daar over te vertellen heeft is voor hem totaal irrelevant. Een mening die ongetwijfeld (eufemismewaarschuwing!) niet door iedereen in zijn omgeving wordt gedeeld. En laat net dàt hem tot de man van deze Taboe maken. Respect daarvoor.

Advertenties