Bovenhuids

Toen ik aan Bovenhuids – mijn tweede roman – begon had ik bijna niets in handen.

Geen titel, geen schema, geen afgelijnd verhaal.

Enkel een gedachte en de oprechte goesting om te schrijven.

Veel kon ik mijn uitgever dan ook niet voorleggen toen ik hem, ondertussen bijna twee jaar terug, in mijn woonkamer mijn plannen voor een volgende roman uit de doeken deed. Ondanks het feit dat noch hij, noch ik wisten waarheen ons dat zou leiden, kreeg ik zijn blind vertrouwen.

Het verhaal is groter geworden dan ik ooit had ingeschat. Toen ik de personages in mijn hoofd begon vorm te geven, had ik nooit gedacht dat ze zo diep onder mijn vel zouden kruipen. Ik had een jonge knul uit Aalst, een atletische gast in Congo – een land waar ik nooit ben geweest – en een kindsoldaat waarvan ik niet eens kon vermoeden dat de fictie waarin ik hem wou onderdompelen het onderspit zou moeten delven voor de harde realiteit waarin hij echt opgroeit. Toen ik op zoek ging naar een verhaal heeft hun verhaal mij gevonden.

Dat is voor een groot deel te danken aan documentairemaakster Elien Spillebeen, wiens werk mij in de definitieve richting heeft geduwd van wat Bovenhuids uiteindelijk geworden is. Haar documentaires Beni Files en Backup Butembo, die zelfs een Rudi Vranckx niet onberoerd laten (en die mens heeft al iets meer van de wereld gezien dan ik), hebben mij verschillende slapeloze nachten bezorgd. De fictie die ik in het Congolese gedeelte van Bovenhuids beschrijf, zouden niet dicht bij de actuele realiteit mogen aanleunen. En toch doet ze dat. Uit ons gezichtsveld, ver weg van ons bed en ons geweten.

Naast Elien heb ik ook het geluk gehad om Ivan voor mijn kar te kunnen spannen. Ivan Godfroid woont in Butembo, in het oosten van Congo. Hij werkt daar voor Rikolto (Vredeseilanden). Hij heeft mij zijn zintuigen geleend. Dankzij hem heb ik de rode aarde gevoeld, de smeulende kolenvuurtjes geroken en ben ik door de koffieplantages gewandeld. Zijn columns met persoonlijke getuigenissen schetsen een beeld van Congo dat in de reguliere pers haast nooit aan bod komt. Ik wil Ivan bedanken omdat ik hem tijdens het schrijfproces steeds mocht lastigvallen met de meest idiote en banaal lijkende vragen. Hij heeft ze allemaal met hetzelfde enthousiasme beantwoord, waarvoor mijn eeuwige dank.

Maar het boek blijft niet in Congo. De hoofdmoot van het verhaal, of dan toch minstens een deel van de ontknoping, heeft mij opnieuw naar Aalst gebracht. Waarom Aalst? Simpel, omdat het voor mij natuurlijk voelt om hierover te schrijven. Aalst is een mooie stad en ze verdient het om beschreven te worden.

Als schrijver heb ik geprobeerd traagheid te scheppen.

Traagheid in een bestaan dat veel te snel gaat.

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat Bovenhuids uw aandacht grijpt.

Dat het uw traagheid waard is.

bovenhuids cover geel

 

Advertenties