Voor vorst en zo …

Drop een man uit een geïsoleerd deel van de wereld in een willekeurig Belgisch dorp, gun hem de tijd om rustig de buurt te verkennen en stel hem vervolgens de vraag in welk land hij zich bevindt. De kans is groot dat hij Belgium of Jupiler zal antwoorden. Bij mijn weten zijn we het enige volk ter wereld dat er geen graten in ziet om zijn nationale vlag met reclame te bedrukken. Stel je de Engelse Union Jack voor met een slogan voor inlegkruisjes. Of de Stars and Stripes in de vorm van een hamburger, wapperend aan de voorgevel van een Texaanse redneck. Ondenkbaar, toch? Waarom komt een multinational er hier dan wel probleemloos mee weg om duizenden voorgevels om te toveren tot tricolore reclamecampagnes voor een biermerk? Ik veronderstel dat het met onze nuchterheid te maken heeft (pun intended).

Het is geen toeval dat er meer Belgische vlaggen wapperen tijdens het WK voetbal dan op onze officiële feestdag. We zijn geen volk dat overloopt van nationalisme, patriottisme of – godbetert – chauvinisme. De tekst van de Brabançonne bestaat voor de meesten onder ons uit één zin: “Voor vooolk, voor vrijheid en voor reeecht.”, de rest klinkt als lalalalaaaa. Ons nationaal symbool is een 58cm hoog ventje dat in een arduinen opvangbak plast. Op de nationale feestdag zijn we graag betaald thuis en steken we de barbecue aan. Een vleestang in de rechterhand, een pintje in de linker. Bij de koffie halen we de blikken koekendoos met het laatste staatsieportret boven. Droge koekjes in en op de doos. Over twee jaar begint het EK en krijgen we opnieuw een vlag bij aankoop van twee bakken pils. We zullen samenkomen rond reuzeschermen en reuzekommetjes paprikachips. Pintje voor hem, cavaatje voor haar. Gewapend met nieuwe vlaggen en oude verhalen. Over de helden van Mexico ’86 en die van Rusland ’18. En over die keer dat die clown van een nonkel Dirk zo zat was dat hij overtuigd verklaarde dat Frankrijk wereldkampioen werd door mooi voetbal te spelen. 

jupvlag

Advertenties