Radja!

Zowel de schrijver als de supporter in mij houdt van Radja. Opgelet, dit is geen pleidooi ter verdediging van dronken rijden. Ik laat dat incident gewoon liefst over aan de betrokken partijen; zijnde de politie, het gerecht en Nainggolan zelf. Waar het mij om draait is de gretigheid waarmee bepaalde stromingen binnen het hedendaagse voetbal ons willen opzadelen met de these dat voetballers, naast hyperprofessionele atleten ook  ideale schoonzonen moeten zijn. Vanuit commercieel en economisch oogpunt is dat allemaal perfect te begrijpen. Voetbal is geld. Véél geld. Zowel op als naast het veld. De belangen bij wedstrijden lopen in de miljoenen, de nevenactiviteiten van de moderne gladiatoren volgen in crescendo. De ploegen, de bonden, de investeerders en de sponsors; liefst van al willen ze gewoon posterboys die naast perfect voetbal ook perfecte levens leiden, die zich scheren met Gillette, hydrateren met Biotherm en – enkel gekleed in een boxershort van Beckham Bodywear – vijf maal per kwartier het uur checken op een horloge van TAG Heuer. Ze mogen reclame maken voor hamburgers (vader en zoon Daley en Danny Blind figureerden ooit samen in een spot van McDonald’s) maar er niet van eten, ze mogen het uithangbord zijn van biermerken (Jupiler-league, Carlsberg …) maar ze mogen er liefst van al geen druppel van drinken. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Veel (jonge) spelers conformeren zich naar dat model; ze worden doorgaans beter gemodelleerd dan hun eigen kapsels en zijn gaandeweg gaan geloven dat een handtas van Louis Vuitton even belangrijk is voor hun ontplooiing als een paar gepersonaliseerde voetbalschoenen. Goed, die jongens zijn er en ik wens hen het allerbeste toe. Maar als freelancer voor het relatief nieuwe magazine puskás voetbalverhalen jaag ik gretig op – uhu – voetbalverhalen. En dan ben je dankbaar voor een man als Nainggolan. Oké, Radja rijdt ook niet met een tweedehands Volvo en zijn bankrekening wordt buitensporig gespijsd om op een bal te schoppen. Maar dat laatste is uiteindelijk wel een collectieve verantwoordelijkheid. Als we morgen simultaan onze televisietoestellen uitschakelen wanneer de Champions League begint, spat die bubbel direct uit elkaar. Maar dat staat niet echt te gebeuren, toch? Als je Radja aan het woord laat, hoor en zie je een mens die niet traditioneel door het leven wandelt maar die wel onderbouwd een verhaal te vertellen heeft. Hij is een sportman die niet steeds binnen de lijntjes kleurt, maar wel altijd inkt, zweet en tranen laat op een voetbalveld. Mede daarom houd ik van Radja Nainggolan. Omdat hij, niet ondanks maar mede door zijn imperfecties, een rolmodel is dat er geen mag zijn. Ik ben dan ook sterk overtuigd van het feit dat hij over een jaar of dertig best wel een verhaal of twee te vertellen heeft. Zoals die keer dat hij echt zwaar onder de indruk was omdat François De Keersmaecker hem in 2017 hoogstpersoonlijk op het matje riep.

U leest er alles over in de Puskás van april 2047. Dat is beloofd.

radja

Over George, Napoleon & Sneeuwbal

Het zijn verwarrende tijden. Leg het uw kind maar uit, dat de in Tielt gesneuvelde varkens serieus mismeesterd werden alvorens ze in een jasje van piepschuim en plastic in de winkelrekken terecht kwamen. En dat het met de koeien en de kalveren waarschijnlijk niet anders is. Zo’n opgroeiend mensenkind verklaart zich al snel en heel overtuigd vegetariër. Dat voornemen houdt meestal stand tot de beenhouwer “vleesje?” zegt en uw nageslacht een sneetje samengeperst slachtafval in de pollen duwt. Traditiegetrouw zonder het antwoord van de ouder af te wachten. Samsonworst waar geen gram samsonvlees in terug te vinden is. Heel misschien een versnipperde varkenspoot uit Tielt. Foodie Gertje heeft ons goed bij ons kloten met zijn ‘mijn pop-up portemonnee’. Vandaag spelen de volgroeide biggen alweer een hoofdrol in medialand. In Aalst, keizerlijke stede waar men van nature niet vies is van een varkensstreek meer of minder, hebben de uitbaters van een crèche beslist om varken volledig van het menu te schrappen. Dierenliefde hoeft een mens daar niet achter te zoeken. Peuters die van bij hun geboorte de vrijwillige keuze maakten Allah te volgen, eten geen koteletten. Wat voor een boel praktische problemen zorgt bij de voedering van een gemengd publiek. De verwekkers van christenkinderen en heidens gebroed voelen zich tekort gedaan. Hun geboorterecht op varkensvlees wordt geschonden. Hoe hebt u uw ribbetjes liefst: met een sausje van ongebonden racisme, overgoten met gesmolten oikofobieboter of op een bedje van politieke correctheid? De Tieltse varkens en hun soortgenoten weten het ook even niet meer. Respectvol en pijnloos gedood worden om vervolgens onreligieus en doorbakken op een bord te eindigen; blijkbaar is dat wat de grootste gemene deler van Vlaanderen wil voor zijn biggen. Nog een geluk dat de hindoes geen significante groep vormen in de lage landen. Over die ‘pellepatat’ wil ik nog toegevingen doen. De heilige Côte à l’os op de grill pakt aanbidder noch ongelovige mij af.

Twee weken na elkaar spelen varkens de hoofdrol in het publieke debat.

De meeste mensen zien daar geen patroon in.

Ikzelf ben een groot liefhebber van Orwell.

Ik weet wat er zit aan te komen.

varken

Werk van barmhartigheid

Ik ben het soort mens dat naar een hamburgerkraam stapt, naar de op een aan de randen zwartgeblakerde, scheef getrokken bakplaat vol worsten en hamburgers kijkt en zich afvraagt hoe lang dat spul al ligt te sputteren. Ik observeer de in bloemetjesschort gehesen vrouw aan het hoofd van deze mobiele keuken. Er is veel vrouw en veel te weinig bloemetjesschort om alles smakelijk te verhullen. Zweetpareltjes en donkere snorharen. Een gat waar ooit een tand zat. Hoeveel kermissen, hoeveel koersen, hoeveel carnavals? Hoeveel zatte en nuchtere hongerigen werden al door deze met net iets te lange nagelranden uitgeruste handen gespijsd? Barmhartiger wordt een werk zelden. De ajuin is een vormloze, kronkelende massa geworden, een orgie van bolgewas met een overdaad aan boter als glijmiddel. Er wordt bier in blik verkocht. En bier in blik. En bier in blik. De dorstigen laven. Al het tweede werk van barmhartigheid. Aflaat verdiend. De trekhaak aan en rijd haar los de eeuwige kermis die de hemel ongetwijfeld is naar binnen.

Met geoefende hand opent zij een pistolet en mikt er een hopelijk niet uit Braziliaans vlees samengestelde worst en een kwak ajuin tussen.

“Curryketchup of tomaat?”, zegt zij tegen niemand in het bijzonder.

Drie afgemeten rukken aan de hendel kleuren de ingewanden van het broodje rood.

“Drie euro asteblieft.”

En nu maar hopen dat er straks geen zieken te verzorgen zijn.

Of doden te begraven.

burger

Wasdraad

De wasdraad van mijn grootmoeder hing eerder slap tussen twee betonnen palen. Op mooie dagen hingen er kleurrijke kleedjes aan te drogen. Bloemenmotieven op een vormloze lap katoen tot onder de knie. Op hun plaats gehouden door houten wasspelden die ook als knutselmateriaal moesten dienen om een servettenhouder of een kruisbeeld mee te maken. ‘s Zondags hing er niets aan de groene draad. Op zondag moesten de duiven van grootvader vallen. Tenminste, als de begeleiders uit Quiévrain ons niet lieten wachten. Er werd niet gevoetbald in de tuin wanneer er ‘komkomkom’ uit de dakkapel weerklonk. Een beetje kind uit de jaren tachtig wist dat. Wij supporterden hevig voor de duiven. Hoe sneller ze vlogen, hoe sneller wij terug konden voetballen. De wasdraad werd toen deklat. Wat best een dankbare taak was in vergelijking met wat de draad rond mijn achtste te verduren kreeg.  Toen hing er plots een konijn aan de groene draad. Zonder jas en zonder hoofd. Gewoon, te hangen. In zijnen bloten. Voor dat konijn supporterden wij al veel minder.

serviet

Bosduif

Een diepe zucht waarbij mijn volledige longinhoud enkel door de neusgaten naar buiten wordt geblazen. Daar begint het mee. Vervolgens tel ik in mijn chaotische hoofd tot tien en probeer ik mij te verschuilen onder het dunne laagje beschaving waarmee ik en de grote meerderheid van de populatie ons dagelijks trachten te camoufleren. Soms lukt dat. Soms lukt dat niet. Wanneer voor de zoveelste keer een zekere Johan T. op mijn eigen tijdlijn komt lullen over de (volgens hem verzonnen) milieu- en klimaatproblematiek, voel ik mij plots meer Alex Agnew dan Wouter Deprez. Wanneer dat soort mensen alweer (!) en onder de zoveelste irrelevante (!) topic komt aanzetten met ‘wetenschappelijke’ artikels van sites waar penisverleningen en UFO-waarnemingen hand in hand gaan met de heiligverklaring van Donald Trump, dan heb ik het even gehad. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, dat klopt, maar heel soms hangen sommige meningen mij gewoon even de keel uit. Mijn excuses daarvoor.

Ik ben geen wetenschapper. Ik weet niet uit eigen onderzoek hoe groot de invloed is van het menselijk gedrag op de klimaatverandering. Dat geef ik graag toe. Maar ik weet wel dat we, naast de meest ontwikkelde en potentieel meest hoopgevende diersoort, ook de vortste, vuilste, smerigste, meest vervuilende bende kuddebeesten zijn die de evolutie ooit heeft voortgebracht. Vergeef het mij dus dat ik, in naam van lijf en leden van mijn en uw nageslacht, af en toe tracht aan te kaarten dat onze water-, lucht-, en algemene levenskwaliteit toch iet of wat te lijden heeft onder onze huidige levensstijl. U mag het daar trouwens gerust oneens mee zijn. Daar heb ik geen enkel probleem mee. Alleen hoeft u dat niet onder iedere foto die ik post te komen verkondigen. Wat u op uw tijdlijn plaatst is uw keuze. De mijne kent mijn grenzen. MIJN grenzen. Vrije meningsuiting is immers een beetje als brood strooien voor de vogeltjes; je hoopt op het afwisselende getsjirp van roodborstjes, huismussen, vinken en sijsjes. Alleen moet je quasi altijd vaststellen dat er steeds een lompe bosduif langskomt die de helft van het terras vol schijt.

schermafbeelding-2017-03-03-om-10-46-21

… to the fullest

Ongeloof, woede en onmacht. Verdoving zelfs.

Daarna komt gemis.

Gemis, en de overtuiging dat het leven verdomd onrechtvaardig kan zijn.

Beste Ben,

beste vrolijke, sterke, actieve, goedlachse, sportieve, brandwerende Ben.

Wie dicht bij je stond, wie je beter kent dan ik; je familie en schoonfamilie, je Maaike, je kameraden-pompiers, je wielerwonderen, je massa vrienden … ieder van hen kan hier gemakkelijk een paar superlatieven tussen plakken. En hoewel de wurgende emotie van een verlies dat zou durven doen, herhaal ik overtuigd dat geen enkele overtreffende trap zelfs maar een beetje misplaatst zou zijn.

Ik kende je amper een paar jaar en ik ben blij dat ik dat voorrecht heb gehad. Het voelde vanaf de eerste minuut zo natuurlijk om jou, nog maar een paar weken geleden, aan die familietafel te hebben. Geef de tomaten godverdomme nog eens door jong.

Het verveelde nooit om met jou over koers of voetbal of TW Classic of whatever te praten. Om op de ‘Platte Plotjes’ aan den Déjà nog een voorlaatste pint te drinken en vervolgens verschrikt op te merken dat de zon al op is. Om je samen met Maaike te zien. Maaike, die net dàn een bezorgde sms stuurt om te vragen waar je blijft, waarna je – toegegeven – licht beschonken maar op een totaal ander niveau toch heel nuchter weet te vertellen hoe graag je haar ziet. De wederzijdsheid van die liefde was haast voelbaar. We gaan zorg voor haar dragen. En zij voor ons. Dat is beloofd.

Ik ken weinig mensen van jouw leeftijd die zo gedreven leefden als jij. Vergeet dat van die leeftijd, ik ken tout court weinig mensen die zo gedreven leefden als jij. Tussen werk en brandweer in nog schijnbaar makkelijk een koers winnen, een festivalletje meepikken, de trainingskilometers op Strava nog wat de hoogte injagen of gewoon gemoedelijk een pint drinken en over de pijnlijke knie wrijven. Mensen als ik worden al moe van te denken aan wat mensen als jij in één dag wisten te proppen. Je deed meer kilometers met de fiets dan ik met de fiets en te voet en met de auto samen. Ik hoop dat die gedrevenheid voor je familie en inner circle een kleine troost mag zijn. De wetenschap dat je de dagen van je veel te korte leven bewust en energiek hebt gevuld, dat iedere minuut haast dubbel heeft geteld. You lived your life to the fullest. Wat mij betreft mogen ze een foto van jouw karakterkop naast die slagzin plakken.

Ik hou niet van de bergen en ik hou niet van de sneeuw.

En ik vrees dat het er na vandaag ook niet op zal beteren. En toch, toen ik op donderdagavond een foto van de Franse Alpen op je Instagram zag verschijnen, dacht ik: Dju, man, dat is daar godverdomme schoon.

‘A first time for everything!’, was je bijschrift. Ergens vind ik het een mooie gedachte dat je daar, op dàt unieke moment, in het leven stond zonder ook maar één seconde te moeten beseffen dat er ook last times bestaan.

Het ga je goed, Flandrien, je wordt niet vergeten.

Dimi

benm

Miss Lachend Kakske

Herinnert u zich de film Minority Report nog? Tom Cruise vertolkt de rol van John Anderton; politiecommissaris en anderhalve meter hoog meter sekssymbool. Met behulp van een futuristische machine rekent hij moordenaars in nog voor ze zijn overgegaan tot hun misdaad. Slecht voor de tewerkstelling bij CSI’s allerhande maar best wel handig voor het potentiële slachtoffer. Science fiction, uiteraard.

Maar gelukkig hebben we tegenwoordig wel machines die gedachtenmisdaden tot ver in het verleden opsporen. Facebook, Twitter en Instagram zijn in wezen niets meer dan een chronologisch naslagwerk van het leven van een paar miljoen gebruikers. Hoewel je vandaag met één klik een – al dan niet misplaatste – grap of foto of opmerking achteloos met je virtuele vrienden kan delen, hoeft dat wat mij betreft niet te betekenen dat je daar morgen op nationale schaal moet worden op afgerekend. Pas verkozen Miss België Romanie Schotte kan er van meespreken. Een emoticon van een ondertussen als ‘lachend kakske’ geboekstaafd virtueel drolletje bij een selfie waar in de achtergrond een zwarte medemens een beetje zuur staat te kijken, werpt een smet op haar glimmende tiara nog voor ze haar eerste lintje heeft doorgeknipt. Unia, de organisatie die discriminatie bestrijdt in (naar eigen zeggen) een geest van samenwerking, dialoog en respect, opent een dossier wegens cyberhaat. Hoewel ik racisme openlijk veroordeel en een natuurlijke afkeer heb van clowns die er zich er aan bezondigen, weiger ik iedereen die ooit een aangebrande grap of opmerking maakte als volbloed racist of seksist of gelijk wat te bestempelen. Sterker nog, ik ben plots heel gelukkig dat ik mijn jeugdjaren zonder sociale media heb kunnen doorbrengen. Ik ga hier niet al mijn jeugdzondes opbiechten (mijn moeder overleeft het niet) maar er zijn er wel wat. Ik ben vooral blij dat mijn zonden veelal vergeten zijn en vooral: ze niet geprojecteerd worden op de persoon die ik vandaag ben.

Misschien moet Unia toch eens meer werk maken van een prioriteitenlijst alvorens ze een kakelvers kuiken van 19 dat net een badpakkenwedstrijd heeft gewonnen levenslang brandmerken als de pin-up babe van de Ku Klux Klan. Ik zie trouwens enkel voordelen bij zo’n aanpak: hard racisme verdient en krijgt een harde aanpak, Unia zal enkel aan geloofwaardigheid winnen en Romanie Schotte kan er, en ik citeer nogmaals de website ‘in samenwerking, dialoog en respect’ op gewezen worden dat een lachend kakske naast een ongewild gefotografeerde zwarte man inderdaad ongepast is. Het is dat of haar uit haar functie ontzetten en beginnen screenen of de eerste eredame haar roodharige vriendin nooit heeft uitgemaakt voor ‘vuile rosse’, ergens in 2011 of zo.

schermafbeelding-2017-01-17-om-19-50-23